Genesis 3 en het Leven van Adam en Eva

De afgelopen dagen nam ik deel aan de 61ste aflevering van de Leuvense Bijbeldagen. Ik leidde er het Nederlandstalige seminar. Het thema van de conferentie was de verhouding van de Oudtestamentische apocriefen en pseudepigrafen tot de bijbel, en een van de breed gedragen conclusies was dat het steeds moeilijker wordt het onderscheid tussen die twee categorieën strikt te handhaven, althans voor de oudheid en de middeleeuwen. Ook mijn bijdrage droeg aan het bereiken van die conclusie bij (al heb ik mijn punt oudergewoonte en uit didactische overwegingen misschien wat op de spits gedreven).

De gelijkenis van de verloren zoon

Dit jaar
wordt prof. dr. Marius van Leeuwen 65 jaar, en dat betekent helaas dat hij
vertrekt als hoogleraar van het Seminarium der Remonstranten. In de
jaarvergadering van juni jongstleden heeft de Remonstrantse Broederschap van
hem genomen, en op 24 september zal hij zijn afscheidsles aan de Leidse
Universiteit geven. In de tussentijd verscheen vandaag het dubbelnummer van het
remonstrantse maandblad AdRem, dat aan hem gewijd is (en door hemzelf geredigeerd). Op Marius’ verzoek
schreef ik een artikel over de gelijkenis van de verloren zoon. Het hele nummer
van AdRem vindt u hier (de link breng ik aan zodra het nummer online is), de
tekst van mijn bijdrage op deze website.

Zomerzondag in Napels

 

Een krantenbericht
in Il Mattino van vandaag: vroomheid,
passie en bijgeloof in één. De Napolitaanse journaliste moet er zelf een beetje
om gniffelen, en echt normaal is het niet — maar een beetje Napolitaan weet dat
zoiets kan gebeuren: http://www.ilmattino.it/articolo.php?id=203245&sez=NAPOLI.
Hier zoiets als een vertaling van het artikel. Men bedenke daarbij dat elk getal in de lotto van 90 getallen een vaste betekenis heeft, en dat deelnemers aan de loterij ervan uitgaan dat bijzondere belevenissen een voorspellende waarde hebben.

 

" De hitte
veroorzaakt z’n eerste capriolen, en niet te zuinig ook, zelfs op de plaats van
rust en vrede bij uitstek. Een jonge dame bezoekt de begraafplaats met haar
echtgenoot, en dat is genoeg om de gemoederen te doen ontvlammen.

 

De combinatie van nooit
verzoende wrok en een toevallige ontmoeting op een dag die een feestdag had
moeten zijn, maar die een verdrietige gedenkdag is geworden, bleek een explosieve cocktail. Een rustige morgen op de gemeenschappelijke begraafplaats
van Cercola, Massa di Somma en San Sebastiano al Vesuvio is ontaard in
een ongekende commotie, waarbij twintig personen betrokken waren. Het handgemeen
werd beëindigd met de tussenkomst van de carabinieri,
het overbrengen van enkele personen naar het ziekenhuis, alsmede de run van tientallen personen naar het
lottokantoor, om hun geluk te beproeven in het ‘Alle Drie Goed’-spel  van de lotto van Napels, met de getallen die
horen bij de krankzinnige gebeurtenissen die zich op het kerkhof hadden
afgespeeld.

 

De lont in het
kruitvat werd aangestoken door de onvoorziene ontmoeting van de familieleden van
een jongeman die op de betreffende begraafplaats rust, en diens ex-vriendin,
tegenwoordig getrouwd met een andere man. Gisteren was het de verjaardag van de
jongen die enkele jaren geleden tragisch bij een verkeersongeval om het leven
was gekomen.

 

Wegens deze
gedenkdag was zijn complete familie naar zijn graf gekomen, toen daar ook de
ex-vriendin in gezelschap van haar tegenwoordige echtgenoot aankwam om bloemen
op zijn graf te leggen. De familieleden van de overledene, die het bezoek van
de vrouw kennelijk niet op prijs konden stellen, reageerden ogenblikkelijk.
Ongezouten beledigingen werden gevolgd door de uitnodiging, eerst met gebaren,
dan met geschreeuw, om onverwijld te vertrekken.

 

In plaats van zich
te verwijderen, begon de vrouw uit te leggen waarom zij gekomen was, maar zij
stuitte op een muur van vijandigheid, en iemand smeet haar het zojuist op het
graf gelegde boeket toe. Dat haalde het antwoord van de jonge vrouw en haar man
uit, daarna de kreten, het duwen en ten slotte de klappen. Schoppen, stompen,
uittrekken van haren, vuistslagen uit alle macht, dit alles voor de
verbijsterde aanblik van alle anderen die hun dierbaren op het kerkhof bezochten, die talrijk
waren, omdat het zondag was.

 

Twintig personen
waren bij de vechtpartij betrokken: de tussenkomst van de
begraafplaatsbewaarders en van enkele anderen die probeerden de gemoederen te bedaren, bleek nutteloos. Ten slotte leek het iemand raadzaam de politie te
bellen en na enkele minuten slaagden de carabinieri
van de kazerne van Cercola, onder bevel van luitenant Vito Ingrosso, erin om
een einde te maken aan het handgemeen. De agenten konden de strijdende partijen
uit elkaar halen, en in het bijzonder een vrouw overmeesteren die twee personen
flink had toegetakeld. Tegen enkelen werd proces-verbaal opgemaakt, anderen
moesten een bezoekje aan het ziekenhuis brengen. De toeschouwers begaven zich
intussen naar het lottokantoor voor het ‘Alle Drie Goed’-spel van dinsdag, met
de getallen 5 (dat staat voor het kerkhof), 78 (het vriendje) en 29 (de
vechtpartij)."

 

Aardbeving in (Noord-)Italië

Noord-Italië zucht
onder een reeks aardbevingen, waarvan niemand nog weet wanneer die een einde
neemt. Het is moeilijk je voor te stellen. Een aardbeving is een
verschrikkelijke ramp, die niet alleen aan veel mensen het leven kost, en de
goederen en bezittingen van nog heel veel meer mensen verwoest, maar vooral ook
de bodem onder het vertrouwen in het dagelijkse leven wegslaat. Wanneer kun je
weer terug naar huis? Is je huis veilig? Hoe moet je nou verder, als je
onverzekerd werkte in een fabriekshal die is ingestort? De experts zeggen dat
de bevingen nog dagen, weken, ja maanden en jaren kunnen aanhouden. Dat soort
berichten helpen je niet erg om je leven weer op te pakken, verse moed te
scheppen en opnieuw te beginnen.

 

De aardbeving van
1980 zorgde in Napels voor talloze daklozen. Zij vonden vaak onderdak bij
familie; anderen wonen tot op de dag van vandaag in containers bij de zee. In
het huis van mijn echtgenoot werden ook familieleden ondergebracht. Het is een
groot huis, ik denk dat het, wat ruimte betreft, aan wel zo’n twintig personen
onderdak kan bieden. Het werden er soms zestig. Dus groeide hij op in een
kazerne, met la mamma als commandant.
Vier jaar zijn ze gebleven, omdat ze niet terug durfden (omdat de autoriteiten,
zoals gewoonlijk, faalden), totdat diezelfde commandant hun op een dag zei dat
ze er genoeg van had, en dat ze moesten opkrassen — wat dan ook dezelfde dag nog
gebeurde (zij was een krachtige persoonlijkheid, die bijzonder gedecideerd kon
optreden).

 

Thuiskomen van
school in een keuken vol schreeuwende tantes en nichten, blèrende kinderen,
onaflatende onenigheid — hij is gevlucht en heeft zich aangesloten bij de
militaire marine, daar was het betrekkelijk rustig. Een verwoeste jeugd.

 

De aardbeving zelf
was een ijzingwekkende ervaring geweest: voordat alles gaat bewegen, voel je
iets in het diepste binnenste van je lijf, een magneet die je vastzet aan de
grond zodat je er als het ware een eenheid mee wordt als-ie gaat bewegen, vijf,
tien of meer seconden lang, een eeuwigheid. Vele oefeningen hebben je geleerd:
niet naar buiten vluchten, maar onder een stevige tafel duiken, zelfs in de
ijskast als het moet (maar niet onder de trap, die stort namelijk als eerste in!).

 

Al deze dingen
behoren in het zuiden van Italië tot de reële mogelijkheden van het dagelijkse
leven. In het noorden niet, want daar komen geen aardbevingen voor — althans,
tot nu toe sinds de zestiende eeuw. Ieder huisgezin in de provincie Napels
heeft afzonderlijke instructies van de autoriteiten wat ze moeten doen als de
Vesuvius uitbarst: jullie moeten naar de haven, jullie moeten naar het station,
enzovoort. De massale evacuatie die er bij die eventualiteit moet
plaatsvinden, is een zo gigantische operatie, dat ze maar niet geoefend wordt.
Zorgelijk. Maar op een aardbeving is iedereen min of meer voorbereid, voorzover
dat kan.

 

Het noorden was tot
nu veilig. Dat is het noorden waar de separatistische beweging een grote
aanhang heeft. "Weg met het verenigde Italië, weg met het zuiden dat al
onze belastingcenten opslorpt, zonder dat het zelf iets uitvoert om zijn
belabberde levensomstandigheden te verbeteren!" Het noorden wil
onafhankelijk verder, zonder verdere last van de klaplopers van het zuiden. Ten zuiden van Rome begint Afrika, zo is de openlijk racistische gedachte. En die boodschap is gericht tegen een landsdeel met een bijzonder rijke geschiedenis en dat zichzelf beschouwt als het eigenlijke Italië, maar ook als veroverd en geplunderd door de noorderlingen, om vervolgens aan z’n (camorra-)lot te zijn overgelaten. Een van de scheldwoorden die de separatisten gebruiken is terremotati —
aardbevingsslachtoffers, waarmee bedoeld wordt: lui volk van klagers en
hand-ophouders.

 

Hodie mihi, cras tibi — met alle meeleven met
de slachtoffers, maakt zich ook een zeker gevoel van genoegdoening meester van
de Zuid-Italianen. "Nu weten jullie ook eens wat het is." Tiè! (een uitroep waar een niet zo fraai gebaar bij hoort), de Apennijnen schuiven jullie vanzelf
waar naar jullie horen: Zuid-Tirol, Oostenrijk.

 

Wat heeft dit met
het Instituut voor Godsdienstwetenschappen te maken?

 

Een van de dodelijke
slachtoffers was een priester die de kerk inging om een beeldje van de Madonna te redden. De kerk stortte in en verpletterde don Ivan.
Beelden van de heilige moeder worden ook in het zuiden met het grootst
denkbare respect behandeld. Maar in dit geval is het Napolitaanse commentaar:
" De Madonna was buiten! Wat zoekt
zo’n kerel bij een gipsen beeldje? Buiten staan de moeders die hun kinderen
hebben verloren: die zijn de Madonna,
stuk voor stuk!"

Dat had ik niet gedacht. Songo ‘e n’ato

Hieronder de tekst, ongetwijfeld vol met
spellingfouten, en mijn vertaling, voor zover ik de tekst begrijp. Ik had nooit
kunnen raden dat dit het onderwerp was—zo zie je maar, het kan altijd nog
erger, maar het liedje wordt er alleen maar mooier van.

‘E vvote si mmincuntre ‘mmizze ‘a
via
e suoffre pecché nun può
salutà
‘a stessa sufferenza è ppure ‘a
mia
pe’ cchesto ffaccio a meno ‘e te
ncuntrà.
Ma si stammo mmizze ‘a gente
e parimmo indifferenti
ce guardammo, ce capimmo senza
parlà.
Songo ‘e n’ato, me dice ccu ‘sti
uocchie ‘nnamurati—
ca more si staj’ n’ora senza ‘e me!
Ma i palpiti ‘e ‘stu core só pe’
te.
Só pe’ te ca notte e juorno
pe’ ‘sta vita suspiranno
e mme dice suspiranno: Songo ‘e
n’ato.
‘E vvote quanno stonco numizz”a
via
na voce strana tenta ‘e me parlà
‘o ssaje, ‘o ssaje ched”e ‘a
gelosia
sto ascenno pazzo e niente pozzo
fà. 

Als je me soms op straat
tegenkomt
En verdriet hebt omdat je niet
kunt groeten,
Dan is dat verdriet ook het
mijne,
Daarom probeer ik je niet tegen
te komen.
Maar als we te midden van de
mensen zijn,
En onverschillig lijken,
Kijken we elkaar aan en begrijpen
elkaar zonder te spreken.
‘k Behoor een ander toe, zeg je
met die verliefde ogen—
Dat je elk uur dat je zonder me
bent sterft.
Maar de slagen van mijn hart zijn
voor jou,
Ze zijn voor jou, omdat ze al de dagen en nachten
Van mijn leven zuchten,
En jij me zuchtend zegt: ‘k
Behoor een ander toe.
Soms als ik op straat sta
Is er een vreemde stem die met me
wil praten.
Weet je, weet je wat jaloezie is?
Ik word gek en kan er niks aan
doen.

De situatie is dat jongen en
meisje op elkaar verliefd zijn, maar zij is al beloofd aan een ander. Het gaat
dus niet over zoiets als overspel of het verlangen ernaar, maar gewoon over een
onmogelijke liefde. Zij loopt over straat, in het gezelschap van haar
verloofde, of haar moeder, of haar zus; hij ook, maar dan alleen; ze komen elkaar tegen,
kijken elkaar aan en laten niets merken—maar hun steelse blikken drukken alles
uit wat ze niet kunnen zeggen.

Het gejuich en geklap van het
publiek heeft niets met de zangkunst van Mario Abbate te maken, heb ik me uit
laten leggen, maar alles met het drama (wat op zijn beurt natuurlijk wel weer van alles met zangkunst te maken heeft). Het is herkenning, instemming,
meeleven, één groot: "Zo is het maar net, Mario, goed gezegd, zo gaan die
dingen!” Niet de zangkunst, niet het aanmoedigen vande favoriet, maar meegaan in het theater–een complete opera in drie minuten.

Hier is de link nog een keer,
voor diegenen onder de luisteraars die wat later hebben ingeschakeld: http://www.youtube.com/watch?v=tLMKBNVX2is.

 

 

Schitterend. Maar waar gaat het over?

’t Is weer eens
tijd voor een Napolitaans bericht.

Beelden als deze
zijn er tientallen, honderden op youtube: http://www.youtube.com/watch?v=tLMKBNVX2is.
Kijk, luister en geniet.

In de eerste
plaats valt mij op het voor ons ongewone enthousiasme van het publiek, dat te
pas en te onpas luidkeels van zijn waardering lijkt blijk te geven. Wat is de trigger van al dat gejuich en geklap? Als je de
oorzaak in de muziek zoekt, zou het de ongelooflijke flexibiliteit van de stem
van Mario Abbate kunnen zijn. De luisteraar moet een andere opname van deze
zanger opzoeken, van betere geluidskwaliteit, om de zonder meer engelachtige kwaliteit
van deze stem te leren kennen en waarderen.

Het publiek barst juist los op die momenten dat Abbata a
mezza voce
zingt. Veel amateurs zingen “op halve kracht”, maar dat is jammer.
Echt zingen is pas zingen uit volle borst (als op 1:52 en 3:46)—alleen dan heb
je als zanger zelf plezier, en ook je toehoorder (mits je zuiver zingt,
natuurlijk). Maar als je de techniek van het zingen onder de knie hebt (ja, ikzelf niet dus), kun je,
als effect, alsnog “op halve kracht” zingen (
mezza voce). Het geluid
draagt dan even ver, maar je hebt je toehoorders op het puntje van hun stoel.
Een mooi voorbeeld is in de geciteerde youtube-clip op 4:32, waar Mario
hoorbaar van voluit zingen naar halve kracht (en terug) gaat.

Mezza voce is ook het effect dat
zich uitstekend laat combineren met fioriture. Een fioritura is de
versiering van lange noten: voorslagen, dubbelslagen, trillers, de zang als van
een merel (bijvoorbeeld vanaf 1:22, 3:21). Het zijn de versieringen die zo
belangrijk zijn in Arabische muziek, en misschien ook van daaruit in de
Napolitaanse muziek terecht zijn gekomen (en van daaruit dan weer in de Italiaanse
opera). Fioriture moeten je met de
paplepel zijn ingegeven, volgens mij kun je ze op latere leeftijd nooit meer
leren. Je kunt ook Italiaanse zangers zulke versieringen horen maken, dat je
denkt: had het maar niet geprobeerd… Sergio Bruni was de keizer van deze
techniek, maar ook voor Abbate was het geen probleem (bijvoorbeeld in Catarihttp://www.youtube.com/watch?v=tlTV44xFCwQ&feature=relmfu).

Dus is het die perfecte vocale techniek (let op het achterover leunende
hoofd, de vooruitgestoken kin, maar vooral de volstrekte concentratie) die het
publiek zo uitzinnig maakt?

Je kunt ook nog het volgende denken. Het festival van Napels was een wedstrijd: wie zingt
er het beste liedje? Niet: wie is de beste zanger?, want er deden alleen maar
de beste zangers aan mee (in tegenstelling tot de huidige talentenshows, waarin
niet onverdienstelijke amateurs door een onoordeelkundig publiek en jury op het
schild worden geheven). Maar die zangers hadden natuurlijk wel hun eigen fans,
en misschien brulden die hun favorieten naar de overwinning toe.

Ik kan het nog niet helemaal doorgronden, en dat kan ermee te maken hebben dat ik geen flauw idee heb waar het liedje eigenlijk over gaat. Na veel puzzelen heb ik uitgevonden wat de titel Songo ‘e n’ato zou kunnen betekenen, maar voor het overige: geen idee. Ik moet m’n man nog maar een beetje opjutten om me te helpen de tekst te verstaan en vertalen.